het slaan van een brug tussen stad en platteland
Als verklaard tegenstander
van veel, vaak slecht in elkaar geschroefde, en ondemocratisch opgedrongen gemeentelijke herindelingen - van Westfriesland Oost tot Drenthe - werd ik in 1998 nolens volens inwoner van een nieuwe gemeente. Een gemeente die helaas (!) grotendeels nog onderlinge sociale en emotionele cohesie ontbeert.
Met dat als vaststaand feit kan, met de kop in de wind, gewroet en gewerkt worden aan het desnoods terugdraaien van zo'n herindeling of worden geprobeerd er het beste van te maken. Op pragmatische, realistische gronden koos ik voor die laatste optie, ook al is de door bestuurders gegeven de uitspraak: je moet kikkers geen inspraak gunnen als je een sloot wilt dempen, arrogant en een schoffering in plaats van een stimulans. Iedereen weet immers dat hier de inwoners de kikkers zijn, de gemeente de sloot en bestuurders de aannemers. Die van de kikkers opdracht kregen om de kwaliteit van sloot te verbeteren. Niets meer en niets minder !
Met dat gevoel wil ik aan de slag om stad en platteland van Coevorden zo sterk mogelijk met elkaar te verbinden.
Coevorden speelt daarbij parten
dat het geografisch een merkwaardige, moeilijk te bewerken indeling kent.
Als bij een komeet vormt stad Coevorden de kop met ongeveer de helft van het inwonertal met daarachter een staart van prachtige landschappen, gestoffeerd met 28 kernen: samen goed voor de andere helft van de bevolking.
Tussen veel dorpen onderling is een sociale binding te herkennen, tussen stad Coevorden en de “staart” niet of nauwelijks. Men kende elkaar niet, was niet op elkaar georiënteerd, vroeg niet om een herindeling, kreeg die door de keel geduwd en moeten nu SAMEN de toekomst in.
Daarbij zal men begrijpelijk nog jaren kritisch naar elkaar loeren met het gevoel: zie je wel alle aandacht, geld, voorzieningen etc. gaat naar die ander toe. Dat geldt voor de stad, dat geldt voor het platteland.
Aan het gemeentebestuur de opdracht om in een lang, slepend proces continu te werken aan een sociale versmelting tot een heus ONS gevoel.
Hoe dat precies moet is voor iedereen een vraag en kent geen panklare oplossing.
In elk geval hoort daarbij het in balans houden van stad en platteland, het zoveel mogelijk deelnemen aan het maatschappelijk verkeer in beide componenten en het respecteren van elkaars gevoeligheden en specifieke noden.
Voor mij telt daarbij extra
dat ik graag zie dat de oorspronkelijke beloftes van de herindeling bewaarheid worden: goede voorzieningen tegen lagere lasten en meer bestuurskracht.
Helaas legt geen boek of onderzoek uit wat de eerzame burger onder dat laatste mag verstaan.
Immers met het groeien van de gemeente worden afstanden op alle fronten alleen groter, processen complexer en de emotionele band zwakker.
Zelf zie ik bestuurskracht graag vertaald in een organisatie die beter inspeelt op de noden van z’n ingezetenen, die hun belangen ook over de gemeentegrens heen beter kan dienen. Ik spreek daarbij bewust over ingezetenen (burgers, organisaties, bedrijven e.d.) dan over klanten.
Die modieuze term is misplaats omdat klanten zich, anders dan ingezeten, steeds vrijelijk kunnen afvragen of ze een product/dienst wel willen en van wie. Bij tegenvallende kwaliteit en/of te hoge prijs stemmen zij met-hun-voeten: gaan naar een concurrent die beter presteert.
Iets dat bij de overheid met z’n monopolies niet mogelijk is.
Maar als het lukt om de kop met de staart van de komeet te verbinden dan sluit de kloof zich.
- Aan de gemeente de opdracht om daarbij als eerste en het snelst die verbinding tot stand te brengen.
- Aan alle ingezetenen de dure plicht om ook een aandeel in het publieke domein te leveren.


